Mei 2019

M D W D V Z Z
29 30 1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 31 1 2
 

OPLEIDINGEN PODIUMTECHNIEKEN bestaat 20 jaar


aankondiging in Fabriekslawaai 1993

 

een korte geschiedenis

In september 1993 ging de eerste jaargang van de opleiding ‘assistent podiumtechnicus’ van start. Wereldmuziek begon in die periode aan een stille opmars in Vlaanderen. Maar weinig (geluids)technici waren in staat de muziekgenres uit andere uithoeken van de wereld op een degelijke manier te versterken, wegens onvoldoende kennis of inzicht in die muziekgenres. De Pianofabriek was ambitieus genoeg en wou dit euvel verhelpen door het organiseren van een opleiding geluidstechnieken niet-westerse muziek, gefinancierd met middelen van het toenmalige ‘kansarmoedefonds’.

We beseften amper dat we de eerste waren die een opleiding tot licht- en geluidstechnicus in Vlaanderen/Brussel aanboden. Al vrij snel kregen we dan ook letterlijk honderden geïnteresseerden aan de deur die de opleiding wensten te volgen, en de erkenning als beroepsopleiding door VDAB en Actiris volgde niet veel later. De doelstelling was en is nog steeds de deelnemers met een aangepaste technische vorming en stages voor te bereiden op tewerkstelling als (assistent-)podiumtechnicus in een cultureel centrum, schouwburg, theatergezelschap, PA-firma, enz.

Instapvoorwaarden: ingeschreven werkzoekend of leefloontrekker zijn en kortgeschoold zijn. Een positieve selectie naar lager geschoolden, Brusselaars, anderstaligen, vrouwen of personen die om welke reden dan ook minder kansen/mogelijkheden hebben gekregen dan andere, hebben we sinds het begin van ons opleidingscentrum steeds als prioritair beschouwd. Leeftijd is geen criteria, maar het hoeft geen betoog dat voornamelijk ‘jongeren’ (18 tot 30 jaar) een grote interesse hebben om in de sector van de podiumtechnieken aan de slag te gaan.

De Pianofabriek als culturencentrum, kunstenwerkplaats en gemeenschapscentrum was en is een ideale omgeving om opleidingen podiumtechnicus te organiseren. Meer dan 550 cursisten hebben er in die 20 jaar één van onze beroepsopleiding(en) doorlopen. Tussen 2002 en 2007 organiseerden we ook vervolmakingsopleidingen tot studiotechnicus en live-PA-technicus. Ondanks grote interesse, zijn deze modules gestopt wegens te beperkte doorstroomresultaten naar regulier, ‘vast’ werk.

Om aan anderstaligen met een beperkte kennis Nederlands meer kansen te geven binnen de sector van podiumtechnieken, organiseren we sinds 2008 in samenwerking met het Huis van Nederlands een voortraject. We werken hiervoor met een Nodo-docent (Nodo = Nederlands op de opleidingsvloer), die de vakdocent coacht in taalgericht vakonderwijs, op en naast de opleidingsvloer. De Nodo-docent observeert lessen en geeft tips over interactie, taalsteun en context, maakt samen met de vakdocent lesvoorbereidingen en werkt mee aan het talig toegankelijk maken van cursusmateriaal. Hij/zij helpt vakdocenten met het aanpakken van taaldrempels en bij het creëren van voldoende taalleerkansen.

Het opleidingscentrum heeft steeds zijn bijdrage geleverd aan de ‘professionalisering’ van de sector van de podiumtechnieken: we maakten deel uit van de werkgroep (van SERV) die de beroepsprofielen van podiumtechnische beroepen heeft opgesteld en van de ontwikkelgroep (van SERV) voor het opstellen van de standaard voor het bekomen van een ‘ervaringsbewijs’ voor podiumtechnische beroepen. In samenwerking met het Socaal Fonds Podiumkunsten maakten we de eerste studie die de sector in Vlaanderen en Brussel in kaart bracht.

Samen met kenniscentrum podiumtechnieken van het Rits hebben we momenteel een onderzoeksproject lopen rond het opzetten van een coöperatieve voor de culturele sector. We willen nagaan of en hoe een coöperatieve organisatievorm ervoor kan zorgen dat startende technici of artiesten op freelance basis een stabielere tewerkstelling bekomen met mogelijkheden voor leertrajecten en een garantie op kwaliteit voor de afnemers van hun diensten. Of hoe individueel opererende technici of artiesten zich kunnen verenigen en wat dit voor hen en de culturele sector kan betekenen.