Mei 2019

M D W D V Z Z
29 30 1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 31 1 2
 

Citylab

System_D


WEBSITE

 

Dekolonisatie - Een oefening in verwondering

Dekolonisatie - Een oefening in verwondering

Op 26 februari 2013 werd in het kader van de Beeldbrekers reeks van de Pianofabriek de vraag tot ‘dekolonisatie van onze Westerse geesten’ opgeworpen. Beeldbrekers biedt een keer per maand een lezing betreffende thematieken waar we mee geconfronteerd worden binnen onze superdiverse samenleving. Het debat betreffende de dekolonisatie van de geesten werd georganiseerd naar aanleiding van de oproep van Olivia Rutazibwa (MO*) in 2011 in de Antwerpse opera.

Dat de denkbeelden van zowel meerderheid als minderheid ontegensprekelijk beïnvloed worden door jarenlang dominant Westers denken, was het uitgangspunt van deze oproep. Hiermee wilde Rutazibwa het debat zowel in het Westen als in het Zuiden verrijken en op zoek gaan naar oplossingen en alternatieven voor de opbouw van een rechtvaardigere maatschappij. We vroegen ons af wat precies onder deze dekolonisatie van de geesten verstaan kan worden. En hoe ver staan we reeds op vlak van de dekolonisatie? Voor een antwoord op deze vragen, traden we in debat met Bambi Ceuppens, antropologe en onderzoekster aan het museum voor Midden-Afrika en Karel Arnaut, antropoloog aan de Universiteit van Gent en onderzoeker aan het Max Plancke instituut. Wat verstaan zij onder deze voorgestelde dekolonisatie van de geesten? Het gesprek werd gemodereerd door Samira Bendadi van MO* magazine.

Een kolonisatie van Burgers en Onderdanen

Bambi Ceuppens startte haar betoog met een begripsverklaring van de term ‘kolonisatie’. Ceuppens ziet dit als een juridisch systeem van kolonisatoren en gekoloniseerden, van burgers en onderdanen ook wel. Volgens haar gaat het in eerste instantie om een onderscheid tussen mensen die beschouwd worden als inheems en mensen die van elders komen. Frappant hierbij is dat dit gekoppeld wordt aan verscheidene stadia van beschaving. Diegenen die het meest beschouwd worden als inheems, de echte inboorlingen, dat zouden diegenen zijn die het minst beschaafd zijn. Ze bevinden zich onderaan de ladder. Diegene die ‘nieuw’ zijn, de nieuwkomers, de kolonisatoren, die bevinden zich bovenaan de ladder. Enkel op basis van deze constructie kan gerechtvaardigd worden dat men een gebied opeist en er zijn autoriteit vestigt, hoewel men van elders komt en dus buitenstaander is.

Deze associaties zijn volledig verschillend binnen onze eigen context, binnen onze eigen maatschappij. Bij ons geldt de omgekeerde regel. Diegene die eerst waren hebben de meeste rechten en beschikken bovendien over een cultuur waar de anderen, de nieuwkomers zich aan dienen aan te passen. Ceuppens ziet echter wel enkele verschuivingen. ‘Wanneer we naar de geschiedenis van Belgisch-Congo kijken, dan zien we dat de Belgen daar een unieke constructie opbouwden. Een constructie waarbij Belgen en Congolezen beiden de Belgische nationaliteit hadden. Echter, Belgen waren burgers en Congolezen waren onderdanen. Als onderdaan hadden ze niet dezelfde rechten en plichten als burgers. Desalniettemin konden Congolezen zich niet tot burger laten naturaliseren aangezien ze al Belg waren. Het wettelijk onderscheid was dus onoverkomelijk. In onze huidige maatschappij daarentegen is dat onderscheid op het eerste zicht niet zo groot. Mensen die van elders komen kunnen zich tot Belgen laten ‘naturaliseren’. Maar als men verder kijkt, met een scherpere blik, dan ziet men, ondanks die feitelijke gelijkheid, toch een onderscheid. Dit onderscheid is er een van autochtoon en allochtoon, waarbij in feite nooit duidelijk is op welk moment allochtonen autochtonen worden’, aldus Ceuppens.

Voor Arnaut is kolonisatie niet enkel een systeem van jurisdictie, zoals Ceuppens aangaf, maar verder ook een van veridictie. Hiermee verwijst hij naar een citaat van Achille Mbembe: ‘Kolonisatie is een systeem van jurisdictie en veridictie, van kennis, verwondering en verbeelding’. De kolonisatie was dus ook een systeem van de ander te verbeelden op een manier die de afstand tussen de kolonisator en de gekoloniseerden herbevestigt en tegelijkertijd invulling geeft.

Een dekolonisatie van de geest: Een verruiming van de blik.

Wat Arnaut verstaat onder een dekolonisatie van de geesten bevindt zich in lijn met het uitgangspunt van Olivia Rutazibwa en Ngũgĩ wa Thiong’o (auteur van decolonising the mind). Het dekoloniseren van de geest gaat er volgens hen om dat je minstens een stem krijgt of een stem neemt, dat je jezelf kan uitdrukken in je eigen termen. De dekolonisatie van onze geesten gaat volgens Arnaut, in lijn met Rutazibwa en Ngũgĩ wa Thiong’o dus niet meteen of uitsluitend over ons Belgisch koloniaal verleden en de manier waarop Congo onafhankelijk en dus gedekoloniseerd werd, maar dient breder bekeken te worden. Zo zegt Arnaut:‘Strikt genomen vond de zogenaamde dekolonisatie plaats in de 2e helft van de 20e eeuw. Maar in feite werden ex-gekoloniseerde gebieden in de jaren zestig meteen terug gevat in patronen van ondergeschiktheid en andere verdelingen, die heel koloniaal waren. Enerzijds ontstond er een discours van ontwikkeling en met name, onderontwikkeling. Dit discours definieerde de relaties tussen het rijke Westen en het onderontwikkelde Zuiden, wat zich in concrete instanties uitte, zoals het Internatonaal Monetair fonds, de Wereldbank, etc. Een ander stramien is dat van de Koude Oorlog en de hiermee gepaard gaande verdeling van het Zuiden. Het gaat hier om een dubbele dynamiek van hiërarchisering: blank en zwart; Noord en Zuid en de onderlinge verdeling, wat eigenlijk redelijk koloniaal als ingreep is. Het Zuiden bevindt zich in deze greep tot eind jaren 80, begin jaren 90. Het dekoloniseringsdebat of oefening vond hierdoor, net zoals in Frankrijk, in Vlaanderen slechts erg laat plaats, in de jaren negentig. Op dit zelfde moment vond er een structurele herschikking van de Belgische staat plaats waarbij het probleem van de diversiteit zich aandiende. In feite begint men dus pas over dekoloniseren na te denken wanneer in de jaren 90 de nieuwe migraties zich vestigen in de publieke ruimte. Daarvoor werden Afrikanen bijvoorbeeld nooit als ‘storend’ bevonden binnen de publieke ruimte.’ ‘In feite’, zo zegt Arnaut, ‘is de pendant van de verzuilde maatschappij, het geordende multiculturalisme. En dit geordend multiculturalisme komt op de helling te staan eind jaren 90, begin 2000. Dan begint de periode van de superdiversiteit, van de complexe diversiteit.’

Voor Arnaut is het dus aangeraden de periode van de kolonisering te laten doorlopen tot de jaren 89, de bevrijding van Zuid-Afrika. Dan pas beginnen de dynamieken volgens hem stilaan te veranderen. De kolonisatie is dus niet afgerond bij de letterlijke dekolonisatie in 1960. Omwille van deze erg late letterlijke dekolonisatie, wordt het hoog tijd om ook onze geesten te dekoloniseren, en dit in de brede zin. Het niet-dekoloniseren van onze geesten, veroorzaakt immers systematisch blinde vlekken. Enerzijds luisteren we niet goed naar wat er precies gezegd wordt aan de andere kant, en anderzijds kunnen we het eigenlijk ook niet goed bevatten of verbeelden, aangezien we opgesloten zitten in onze eigen denkwereld, binnen ons eigen kader. ‘Dus dekoloniseren gaat ook over het doorbreken daarvan, over het verrijken van de blik’, aldus Arnaut. ‘We kunnen ons echter de vraag stellen welke geesten er dienen gedekoloniseerd te worden?’

Volgens Ceuppens is de dekolonisatie iets wat iedereen aanbelangt. Ze is echter van mening dat in onze actuele, Vlaamse samenleving, het de geest van de Belgische burgers is die in eerste instantie gedekoloniseerd dient te worden. Of de Belgen zich daar nu bewust van willen zijn of niet, ze blijven in elk geval de erfenis bezitten van een koloniale mogendheid. En deze koloniale mogendheid heeft volgens Ceuppens in elk geval bewust of onbewust een invloed gehad op de wijze waarop Belgen kijken naar mensen van buitenlandse origine. Het is dus niet omdat België niet rechtstreeks betrokken was bij de koloniale slavenhandel, dat je niet kan zeggen dat dit geen invloed heeft gehad op de geesten.

Kolonisatie van de geest: een bewuste strategie?

We kunnen ons hierbij de vraag stellen wie of wat de kolonisatie van de geest in stand houdt. Wie verhindert de dekolonisatie van onze geesten? Van een soort samenzwering die de kolonisatie ideeën wil handhaven, wil Arnaut niet spreken. Wel dienen we te kijken naar de verschillende dynamieken binnen onze samenleving die een invloed hebben op deze kolonisatie van onze geesten. Arnaut situeert een cesuur aan het einde van de jaren 80. Het Westen, maar ook Afrika en andere delen van de wereld komen dan in een nieuwe dynamiek terecht. Op dat moment beginnen de oude patronen van de kolonisatie en van de eerste periode van de dekolonisatie erg sterk te destabiliseren. Binnen dat soort dynamiek komen er openingen waarvan postkoloniale denkers, zoals Rutazibwa, van mening zijn dat deze actief ingevuld dienen te worden. Er dient gebruik gemaakt te worden van deze openingen op een erg dynamisch en daadkrachtige wijze. Er geldt dus, ook volgens Arnaut, een potentiële rijkdom aan ideeën en oplossingen die we moeten leren aansnijden. Men kan dus redeneren dat wanneer deze rijkdom niet wordt aangesneden, onze geesten ook niet verder zullen gedekoloniseerd worden. Op deze wijze kan een dekolonisatie van de geest dus in stand worden gehouden.

Naar een dekolonisatie van onze maatschappij

Ceuppens is van mening dat een dekolonisatie van de Belgische geesten dient te starten met een betere erkenning van het feit dat België een koloniaal verleden heeft. Verder is het nodig op zoek te gaan naar wat dat koloniaal verleden precies inhield. ‘Op deze manier worden misschien ook de lasten duidelijk die we bewust of onbewust meedragen’, zo zegt Ceuppens. Ceuppens is dus van mening dat er in eerste instantie een kritische reflectie op de Belgische maatschappij dient plaats te vinden, binnenin een ruimere globale context.

Arnaut voegt hieraan toe dat deze kritische reflectie het best naar voren gebracht wordt door wetenschappelijk onderzoek. Zo ook werd in Frankrijk het publieke debat betreffende dekolonisatie in gang gezet door publicaties als ‘de l’indigène à l’immigré ’. Dit is belangrijk volgens Arnaut gezien je de nodige bagage behoeft om een publiek debat te kunnen stofferen. Verder denkt Arnaut dat het nuttig is aan te sluiten bij hetgeen wat bijvoorbeeld Gent doet, namelijk een soort van stadsidentiteit naar voren schuiven. De Vlaamse identiteit is voor een deel politiek ideologisch gekaapt. ‘Misschien’, denkt Arnaut, ‘kan dit doorgesneden worden door stedelijke identiteiten naar voor te schuiven. Deze zijn territoriaal en hebben geen culturele lading, geen lading van afkomst, etc. Dit kan er voor zorgen dat mensen meer gelijkgeschakeld worden’

Ceuppens geeft verder aan dat België een bijzonder geval is. De vraag tot dekolonisatie wordt in vele landen in gang gezet door les indigènes zelf. Echter, in België zijn de meeste migranten niet afkomstig uit onze kolonies (in tegenstelling tot Nederland bijvoorbeeld). Diegene die wel afkomstig zijn uit de voormalige kolonies zijn in de kleine minderheid en wegen erg weinig op het publieke debat. Bij Congolezen in België is er net zoals bij Marokkanen erg weinig structurele organisatie, het betreft een erg gefragmenteerde groep. In België krijg je hier nog eens de talentegenstelling bovenop die zijn invloed uitoefent op de migrantengroepen en hen in zekere zin beperkt in de taak als één front op te treden. In andere landen zoals Nederland en Frankrijk worden dergelijke onderwerpen naar voren geschoven door academici en door activisten, onder druk van de Antilliaanse lobby. Dit verklaard waarom in Nederland al veel langer het debat omtrent bijvoorbeeld Sinterklaas en zwarte Piet aan de gang is. In België is dat debat zelfs nog niet van start gegaan. ‘Het dekolonisatiedebat lijkt bij ons dus heel wat moeilijker van de grond te komen, ondermeer doordat we niet met dergelijke pressiegroepen geconfronteerd worden’, aldus Ceuppens.

De dekolonisatie: een realistisch scenario?

Waar Arnaut van mening is dat de dekolonisatie van onze geesten een goede kans maakt, getuigt Ceuppens van een groter pessimisme. Eind jaren 80 bevindt zich inderdaad een cesuur, met de verkiezing van Nelson Mandela als president, het einde van de apartheid, de val van de Berlijnse muur, etc. Deze gebeurtenissen zetten een enorme immigratiegolf op gang (onder andere naar België). Maar tezelfdertijd hadden we in België te maken met de ontzuiling. Een verzuilde maatschappij waar mensen sterk ideologisch gesegregeerd waren, komt dan ten einde. Ceuppens ziet hierbij gelijkenissen met de overzeese kolonies. De verzuilde maatschappij had eigenlijk zijn afspiegeling reeds gehad in de overzeese kolonies, namelijk als een bestel waar mensen verticaal werden georganiseerd, binnen een gesloten wereld leven en in feite enkel worden samengehouden door een elite die hen bestuurt. Ceuppens is dan van mening dat - voor de Vlaamse situatie - naarmate er meer en meer een idee groeit van een Vlaamse gemeenschap of natie, de verschillende ideologische tegenstellingen die vroeger zo van belang waren, sterk onderschat worden. Dit zien we volgens Ceuppens ook in de manier waarop er naar het verleden, naar de koloniale tijd gekeken wordt. Dit gebeurt immers steeds vanuit een hedendaagse realiteit. Er wordt vandaag veel meer belang gehecht aan de taaltegenstelling aangezien dit in België de belangrijkste tegenstelling geworden is. Echter, in feite waren tijdens de koloniale tijd zelf, de ideologische verschillen veel belangrijker. Deze ideologische verschillen lijken voor Vlamingen vandaag veel minder van belang, en er steken twee andere verschillen de kop op: Vlamingen versus Franstaligen en autochtoon versus allochtoon.

Dekolonisatie: Een spreidstand van de blik

Ceuppens en Arnaut gaven in dit debat hun verstaan weer van een dekolonisatie van de geesten. En dit binnen onze unieke en eigene, Belgische maatschappij. Voor beiden is duidelijk dat een dekolonisatie van de geesten erg opportuun is. Wanneer wordt een allochtoon, autochtoon? Hoelang blijft de nieuwkomer een vreemde? Prangende vragen die erg dringend om een antwoord vragen.

Uit dit debat kwam naar voor dat een dekolonisatie van de geest er voornamelijk om gaat dat je een stem krijgt of een stem neemt. Dat je je kan uitdrukken in je eigen termen. In België hinkt deze dekolonisatie echter wat achterop, onder andere omwille van het gebrek aan sterke pressiegroepen. Er vertonen zich erg veel verschillende gemeenschappen in het straatbeeld, maar grotendeels weten we niet voor wat ze precies staan. Een democratische maatschappij die positief staat ten opzichte van diversiteit zou in principe een volk dienen te representeren. In België betreft dit een erg diverse gemeenschap waar de stem van de blanke middenklasse het hardst klinkt. Uit het verleden hebben we kunnen leren dat deze stem echter niet steeds de meest valide is, integendeel. Het wordt hoogdringend tijd dat we onze blik verruimen, dat we ons openstellen voor de ander en ruimte laten voor die ander. Tegelijk dient de ander de verkregen ruimte in te nemen en in te vullen. Een stem van de andere kant kan misschien nieuwe inzichten en duurzame oplossingen bieden voor een meer rechtvaardige samenleving. Het wordt stilaan tijd dat we ons bezinnen, dat we nadenken over onze manier van verbeelden van de ander en dat we de verscheidene blinde vlekken die momenteel aanwezig zijn, trachten opvullen. Hierbij moeten we er ons natuurlijk steeds bewust van zijn dat we ons (Westers) perspectief nooit volledig zullen kunnen loslaten. Echter, we dienen de potentiële rijkdom, waar Arnaut over sprak, durven aansnijden. Een geschikte ingang hiervoor kan het wetenschappelijk debat zijn, en dit vertrekkende van de (historische) dynamieken die zich in het verleden voordeden en zich vandaag voordoen in Vlaanderen. 

Evelyne Verhaegen
Dit artikel verscheen eerder op www.kifkif.be